Historisch bodemonderzoek (NEN 5725) in Lopikerwaard.

In tijden van extreme droogte voert De Stichtse Rijnlanden soms extra zoetwater aan om verzilting tegen te gaan. De waterroute verloopt onder meer vanuit de Lek door de polder Lopikerwaard naar West-Nederland. De verwachting is dat in de toekomst de behoefte aan zoetwater toeneemt. Daarom zullen watergangen in de Lopikerwaard verbreed moeten worden, stuwen vergroot en mogelijk bruggen verplaatst. Maatregelen waaraan AT MilieuAdvies haar steentje heeft bijgedragen.

Zo zal onder meer de doorstroomcapaciteit vanuit de Lek naar de gekanaliseerde Hollandsche IJssel als gevolg van de toenemende waterbehoefte worden verruimd. Maar eerst moet worden nagegaan of er sprake is van bodemverontreiniging. Zo kwam AT MilieuAdvies in beeld. De locatie die AT MilieuAdvies heeft onderzocht, is een 18 kilometer lange watergang-tracé (watergang inclusief strook van ongeveer 30 m aan weerszijden) gelegen in de Lopikerwaard, tussen de Lek aan de zuidzijde en de gekanaliseerde Hollandsche IJssel aan de noordzijde. Aan het begin en aan het eind van het watergang-tracé zijn gemalen gesitueerd. Verder zijn op de locatie nog twee gemalen, een molen en een watertoren aanwezig. Projectleider Willeke van Wolferen van AT MilieuAdvies vertelt: ‘Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van gegevens over mogelijke (historische) puntbronnen van bodemverontreiniging waarbij aandacht uit gaat naar het voormalige en het huidige gebruik van de locatie. Ook de bodemopbouw en de geohydrologische situatie zijn inzichtelijk gemaakt.’

Bij het historisch onderzoek conform de richtlijn NEN 5725:2009 zijn gegevens verzameld uit de volgende bronnen:

√ (Historisch) topografisch kaartmateriaal om slootdempingen, dammen, voormalige dammen, brughoofden en voormalige brughoofden te kunnen traceren

√ Digitaal Bodemloket

√ Bodeminformatiesysteem van de provincie Utrecht

√ Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart

√ Locatie-inspectie

Op basis van deze gegevens is een inventarisatie gemaakt van aantallen verdachte deellocaties, zoals grond- en baggerdepots, kavelpaden, slootdempingen, (voormalige) dammen en (voormalige) brughoofden. Het resultaat van het onderzoek was het advies om ter plaatse van de verdachte deellocaties vervolgonderzoek middels boringen en analyses te verrichten.

Lees meer over historisch vooronderzoek of vraag een offerte aan.

 

Neem vrijblijvend contact op